Submenu  Afvalwijzer
Gastenboek
Gemeente
berichten

Parochie
Plattegrond
't Stekske

Zoeken
Google
Startpagina
Bing

Nieuws
Kliknieuws
Omroep
Brabant

Gelderlander
AD
Telegraaf
Volkskrant
Google news
 
   
 Informatie. 
 

Aantal inwoners: +/- 2.271 (1 jan 2009)

Het huidige Langenboom valt uiteen in twee scherp onderscheiden gedeelten, te weten het eigenlijke Langenboom en het gebied van de domeinhoeven. Langenboom ontleent vermoedelijk zijn naam aan een boerderij bij de slagboom, die het vee toegang verschafte tot de groesweiden van de Graspeel. We komen de hoeve voor het eerst tegen in 1525. In de eerste helft van de 19e eeuw bestond Langenboom uit twee boerderijen met ca 20 bunder grond, die behoorden aan J.J. Veersen, pastoor te Haps. Dit goed ging over op de gezusters Malingrez te Grave.

In 1843 kochten de broers Felix en Joseph Walter hierbij nog 25 bunder en bouwden er een derde boerderij op. De grond was echter te schraal en van het boeren kwam niets terecht. Langenboom was in 1846 nog erg klein en telde slechts 11 huizen met 70 inwoners.

In het gehucht de Lage Peel stonden toen negentien huizen met 120 inwoners. Nu kwam Felix Walter, huiskapelaan en rentmeester op Tongelaar, op het idee in Langenboom een soort kluis te stichten voor geestelijke broeders.

Een boerenhuis werd tot erg primitief klooster ingericht. Dezelfde Felix Walter schenkt in 1852 aan de aldaar zich pas vanuit Nijmegen gevestigd hebbende paters Dominicanen zijn Langenboomse goederen, terwijl ook zijn tantes Malingrez hun goederen aldaar afstaan. De Dominicanen hadden hun noviciaat en studiaat in Langenboom. Na 1858, toen het nieuwe klooster te Huissen werd geopend, bleven maar een paar Dominicanen in Langenboom achter. Zij bouwden onder leiding van pastoor Zegers de nieuwe kerk. Meijer beschrijft uitvoerig in zijn Geschiedenis van de Dominicanen in Nederland het kloostertje te Langenboom.

In 1918 wordt Langenboom een zelfstandige parochie. Nadien is de bloei van het dorp erg toegenomen. Langenboom kreeg landelijke bekendheid door de stormramp op 10 augustus 1925. Maar daarover is op andere plaatsen al dikwijls geschreven. Enkele nederzettingen aan de noordelijke rand van Langenboom zijn veel ouder. Rond 1200 is al sprake van een hoeve van de abdij Mari&eumlnweerd op Hal. Deze abdij kreeg naderhand nog de hoeven de Zanvoort, de Schaapsdijk en de Logt. Ook de Karthuizers van Den Bosch hadden een hoeve op Hal.

In het gehucht Hal stond een kapelletje, gewijd aan St. Stephanus. We horen hiervan in 1529, en in 1537 wordt het geconsacreerd. Een goede honderd jaar geleden sprak men te Hal nog van een kapelkamp. Herman Coenen was in de 16e eeuw rector van dit onder Escharen ressorterende kapelletje. Hal bleef klein, in tegenstelling tot het huidige Langenboom. Zelfs de naam is bij velen in het vergeethoek geraakt. Men spreekt van Hooghal en de Lage Heide. Te Hooghal stond rond 1840 zelfs een schooltje. Later is deze verplaatst naar de weg van het Hoekje naar Zeeland, aangelegd in 1869.

Ter gelegenheid van de herdenkingstentoonstelling in 1975 van de stormramp van 1925 schreef de heer Th. J. Verstraten zeer verdienstelijk over de Langenboomse geschiedenis. Tot aan de komst van de Dominicanen in 1852 bestond het eigenlijke Langenboom uit slechts een paar boerderijen, met daarnaast wat bewoning op de Lage Hei, de Maurik en in de buurt van Hal. Dankzij de paters ontwikkelde Langenboom zich tot een welvarend dorp, misschien sterk gestimuleerd achteraf door de alles vernietigende stormramp van 10 augustus 1925.

Langenboom behoorde tot 1942 aan de gemeente Escharen.

Zo kent de historie van de gemeente Mill een rijke verscheidenheid. Het oude dorp Mill met zijn banden met de abdij Mari&eumlnweerd en later met Postel, het meer rustige St. Hubert, de jonge nederzetting Wilbertoord en het Langenboom, dat zich zo omstuimig wist te ontwikkelen, zij allen vormen de gemeente Mill.

 

<<<