Langenbomse les 
 
Afdallieje Een pak slaag geven. Afrossen of aftuigen.
An 't rond spochten Rusteloos rondlopen / banjeren.
Blon (Lucht)ballon.
BoksezolderKruis in de broek / achterzijde van de broek.
BrakkeKettingdelen.
Brombère Bramen, ook figuurlijk als: knorrige mannen.
BullingIngewanden.
Dè beschiet ur niet ân Dat is niet de moeite waard.
Dêrkus Meisjes
DishinNaar hier, deze kant op.
Dol Duizelig.
DörslagVergiet.
Êngsele(uit) eindelijk.
Érgus onder zienAbonnee, lid van organisatie.
FiepFopspeen.
FoepDennenappel.
Ge moet ut vié gôn wêttereJe moet het vee naar de drinkplaats brengen
GrieselHark.
GrûtsErg tros op zijn, verwaand.
Gutgat Afvoerkolk in de gootsteen, keuken, washok e.d.
Ik woiIk was van plan, ik wilde.
ImpessantTegelijkertijd.
Kat en kogelAlles. (Hij hed kat en kogel verzopen. = Hij heeft alles aan drank opgemaakt.)
KelderkatrâlieTraliehekje voor keldergat.
Keps Platzak, blut, bankroet.
Kermis haauweKermis vieren.
KiepKip.
KlêppeKleppen - Verklikken, verlinken, roddelen.
KnoerselsKruisbessen.
KoerkePasgeboren varkentje.
KwattarommeChocolademelk.
KwebsMelig, wee gevoel in de maag.
LievermennekesDuizendschoonbloemetjes
LôzzieHorloge, ook verstrooid iemand.
MistMest.
NaoknaauwersMensen die altijd het laatste klaar zijn met eten.
Net van de klepGekookt eitje dat presies goed is.
Nog hièl êrrug hêlNog goed bij de tijd.
Op z'n tôdde kriege Een uitbrander krijgen.
Plek en Liem Plak en Lijm.
RommeMelk.
Ros, Slège, Smèr Pak slaag.
Schollik Schort.
SchrapEigen standpunt proberen door te drukken.
Schrèke Hard schreeuwen. (Ook wel:Schriese)
(Smer)del Smerig persoon.
Soldaot makenVerbrassen.
SpollekeWild worstelen, in hooi / stro / jute enz.
Stik wa miêr Veel groter, uitgebreider.
SukulatieChocolade.
TisseFlink mopperen en zeer kwaad zijn.
ToellietapEen vrouw die alle wetten en gewoontes aan haar laars lapt.
ToempHet uiteinde van een lange tafel.
TroojLiep. (Hij trooj naor vörren = Hij liep waardig naar voren.)
TruufelMetselgereedschap.
Um wèneOmkeren van hooi e.d., voor snelle droging.
Unne klocht Een vlucht vogel, ook figuurlijk: menigte, hoop volk.
Uuthurreke Uithoren, verhoren.
Uw ege kulleEen stommiteit begaan.
Vief Voor zijn/haar leeftijd er nog goed uit zien.
VulikkersSmeerlappen/ duistere personen.
Zaknuzzik Zakdoek. ook wel "Tesnuzzik"
ZêmmeleZeuren
Zoebele Opzuigen van een snoepje of lolly.
Zoer Zuur.
Zôh muuj ês un maai Bijna uitgeput.
Zun beist Volop, uiterst.

<<<